Wat is voorkamerfibrillatie?
VKF is de meest voorkomende hartritmestoornis. Wanneer je hart pompt, trekt je hartspier samen en ontspant ze weer. Bij een gezond hart gebeurt dat samentrekken rustig en regelmatig. VKF ontstaat uit de spierbundels van de longaders. Dit zijn de bloedvaten die uitmonden in de linkervoorkamer en die het zuurstofrijke bloed van de longen naar het hart voeren. Wanneer deze longaders elektrisch actief worden, doen ze beide voorkamers chaotisch samentrekken of ‘trillen’. In medische termen spreekt men bij een chaotische prikkeling van het hart over een ‘fibrillatie’. Omdat de ritmestoornis zich voordoet in de voorkamer spreekt men van ‘voorkamerfibrillatie’.
Mogelijke klachten
Voorkamerfibrillatie kan verschillende klachten veroorzaken:
- hartkloppingen
- je minder goed kunnen inspannen
- kortademigheid
- pijn in je borstkas
- duizeligheid of flauwvallen
- vermoeidheid
- angst of depressieve gevoelens
- slecht slapen
Soms zijn er geen klachten
Voorkamerfibrillatie kan continu aanwezig zijn, maar het kan ook af en toe in aanvallen komen. Sommige patiënten hebben geen klachten. Dan ontdekt de arts de aandoening toevallig.
Waarom opvolging belangrijk is
Voorkamerfibrillatie is geen onschuldige hartritmestoornis. Ze kan ernstige gevolgen hebben voor je gezondheid:
- 4 tot 5 keer meer kans op hartfalen
- meer kans op bloedklonters die een verstopping of beroerte kunnen veroorzaken
- meer kans op geheugenproblemen en dementie
- meer kans op depressie
- meer kans op een ziekenhuisopname
- 2 keer meer kans op overlijden, zelfs als je bloedverdunners neemt
- een slechtere levenskwaliteit
Je leefstijl heeft een invloed
Bepaalde factoren verhogen het risico dat je voorkamerfibrillatie ontwikkelt:
- langdurig hoge bloeddruk
- overgewicht
- ademhalingsstoornis tijdens het slapen (slaapapneu)
- schildklierproblemen
- te veel alcohol
- te veel cafeïne
- te weinig beweging
Wat je zelf kan doen
Als je deze leefstijlfactoren aanpakt, verlaag je niet alleen het risico dat je de aandoening krijgt, maar werkt de behandeling ook beter. Je kan dus zelf een steentje bijdragen door bijvoorbeeld minder alcohol te drinken en meer te bewegen.
Mogelijke onderzoeken
Om te kijken of je voorkamerfibrillatie hebt, maakt de arts een filmpje van je hart: een ECG of elektrocardiogram. Vaak is dat voldoende om een diagnose te stellen.
Bij sommige mensen is de ritmestoornis maar af en toe aanwezig. Dan is er een andere meting nodig. Dat kan met een holter-opname van 24 uur tot 7 dagen.
Een andere optie is een eventrecorder waarmee je het hartritme kan registreren op het moment dat je de klachten ervaart.
Mogelijke behandelingen
- Bloedverdunners zijn belangrijk om klonters in het bloed te voorkomen. Als het risico op klontervorming laag is, kan het zijn dat je geen bloedverdunners hoeft in te nemen. Je arts vertelt je hier meer over.
- Anti-aritmica werken op het hartritme en kunnen helpen om het ritme weer regelmatig te krijgen.
Cardioversie is soms nodig als de voorkamerfibrillatie niet spontaan stopt. Je krijgt dan onder lichte slaap een elektrische schok toegediend om het hartritme weer regelmatig te krijgen.
Ablatie is een behandeling waarbij de cardioloog kleine littekens maakt in het hart. Die littekens vormen een soort muur en blokkeren zo de signalen die het hartritme verstoren. Een pulmonale vene isolatie of PVI is een specifiek type van ablatie, gericht op de longaders.