Op deze pagina
- Wat is een gedeeltelijke nierverwijdering?
- Waar gebeurt de ingreep?
- Wie doet de ingreep?
- Wanneer gebeurt de ingreep?
- Voorbereiding op de ingreep
- Aandachtspunten dag van de ingreep
- Verloop operatie
- Verzorging in het ziekenhuis na de operatie
- Aanbevelingen en veelvoorkomende klachten kort na de operatie
- Opvolging na de ingreep
- Mogelijke gevolgen van een gedeeltelijke nierverwijdering
- Hoeveel kost de ingreep?
- Vragen?
- Lees ook
Wat is een gedeeltelijke nierverwijdering?
Bij nierkanker kan je uroloog voorstellen om alleen het aangetaste deel van de nier weg te nemen in plaats van de volledige nier. Dat gebeurt via een kijkoperatie (laparoscopisch), waarbij de uroloog een operatierobot gebruikt. Die robot is niet computergestuurd en voert ook geen zelfstandige handelingen uit. De uroloog stuurt met een console de robotarmen aan.
Het grote voordeel van deze niersparende operatie is dat zoveel mogelijk gezond nierweefsel bewaard blijft. Op lange termijn is dat goed voor de nierfunctie.
Uitzonderlijk blijkt tijdens de operatie dat de nier sparen meer risico inhoudt dan de nier volledig wegnemen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als er een ernstige bloeding ontstaat of als het aangetaste deel van de nier op een moeilijk te opereren plaats ligt. In dat geval kan de uroloog tijdens de ingreep beslissen om de nier toch volledig weg te nemen. Je uroloog bespreekt die mogelijkheid altijd op voorhand met je.
Waar gebeurt de ingreep?
De ingreep gebeurt in ZAS Augustinus of ZAS Palfijn.
De controles achteraf vinden plaats in ZAS Augustinus, ZAS Cadix, ZAS Middelheim, ZAS Palfijn, ZAS Sint-Jozef, ZAS Vincentius of in de privépraktijk van je uroloog.
Wie doet de ingreep?
In ZAS gebeurt de ingreep door dr. Thomas Adams, dr. Tibaut Debacker, dr. Thomas Van den Broeck of dr. Hannah Van Puyvelde.
Wanneer gebeurt de ingreep?
De ingreep wordt gepland zodra medische beelden (echografie, CT-scan of MRI) de diagnose van nierkanker bevestigd hebben. Bij de meeste kleine niertumoren is er geen medische spoed. Er is dus voldoende tijd om de ingreep zorgvuldig te plannen en te bespreken met je uroloog.
Voorbereiding op de ingreep
- Zodra de ingreep ingepland is, vind je op het patiëntenportaal ‘Mijn ZAS’ een preoperatieve vragenlijst. Vul die zo snel en zo volledig mogelijk in zodat je anesthesist op voorhand alle informatie heeft. Het is belangrijk dat je mogelijke allergieën meedeelt zodat we de nodige preventieve maatregelen kunnen nemen. Voorbeelden zijn latexallergie, contrastallergie, allergie voor bepaalde medicijnen of producten...
- Voor je operatie zijn een bloedonderzoek (met controle van je nierfunctie) en een elektrocardiogram (ECG) nodig.
- Afhankelijk van je antwoorden die je invult in de preoperatieve vragenlijst informeren we je over wat er nog moet gebeuren in aanloop naar de operatie. Je krijgt mogelijk een uitnodiging voor een gesprek met een van onze anesthesisten. Mogelijk zijn ook extra onderzoeken nodig.
- Als je medicijnen (bijv. bloedverdunners) neemt, laten we je weten welke medicijnen je mag blijven nemen en welke je tijdelijk moet stoppen en vanaf wanneer.
Aandachtspunten dag van de ingreep
- Om een veilige verdoving te kunnen geven, moet je de dag van de ingreep nuchter zijn. Dat betekent dat je vanaf middernacht niet meer mag eten, drinken, snoepen en roken, tenzij je andere instructies kreeg.
Wat is wel toegelaten?- Tot 2 uur voor je opname: heldere vloeistoffen: plat water, koffie (zonder melk!) of thee (zonder melk!), helder appelsap zonder pulp (maximaal 1 glas).
- Tot 1 uur voor je opname: medicatie met een slok water.
- Volg ook de richtlijnen die de anesthesist je mogelijk heeft gestuurd als antwoord op de vragenlijst die je hebt ingevuld.
- Heb je toch gegeten of gedronken? Meld dat dan zeker aan een verpleegkundige op je afdeling. We moeten, in het belang van je eigen gezondheid, de ingreep dan uitstellen.
- Heb je diabetes? Neem dan de dag van de ingreep geen antidiabetica in pilvorm en geen insuline (tenzij anders afgesproken met je arts).
- Breng je thuismedicatie mee in de originele verpakking.
- Breng je identiteitskaart en (eventueel) het document van je hospitalisatieverzekering mee.
- Meld je op het afgesproken uur aan via de inschrijvingskiosk in de centrale inkomhal. Je hebt daarvoor je identiteitskaart nodig. Je krijgt een volgnummer om naar de opnamedienst te gaan. Zodra je daar ingeschreven bent, volg je de route naar de opnameafdeling.
- Op de opnameafdeling vertelt de verpleegkundige hoe laat je geopereerd wordt.
- Vlak voor het vertrek naar de operatiekamer doe je eventuele juwelen, piercings, lenzen of tandprothesen uit en trek je een operatieschortje aan.
- Anti-trombosekousen dienen om tijdens en na de operatie bloedstolsels in je aders te vermijden.
Verloop operatie
- Een verpleegkundige brengt je naar de operatiekamer. De anesthesist brengt je onder algemene verdoving.
- De operatie gebeurt via een 5-tal kleine gaatjes in je buik of flank. Op het einde maakt de uroloog als dat nodig is 1 gaatje groter om daarlangs de tumor in een zakje te verwijderen.
- De uroloog legt eerst de nier vrij en sluit de bloedvaten naar de nier even af. Zo verlies je zo weinig mogelijk bloed tijdens de operatie. Die periode van tijdelijke doorbloedingsonderbreking noemen we de warme ischemietijd. De uroloog probeert die periode zo kort mogelijk te houden om de nierfunctie zo goed mogelijk te vrijwaren.
- De uroloog snijdt het kwaadaardige gezwel weg met een randje gezond weefsel eromheen. Daarna wordt het overblijvende deel van de nier zorgvuldig gehecht om bloedingen en lekkage van urine te voorkomen.
- Als dat nodig is, wordt er een drain (dun slangetje) achtergelaten in de buurt van de nier om eventueel wondvocht af te voeren. Die drain wordt meestal de dag na de ingreep weggenomen.
- De ingreep duurt gemiddeld 2 tot 3 uur, afhankelijk van de grootte en de ligging van de tumor.
Verzorging in het ziekenhuis na de operatie
- Je slaapt enkele uren uit op de recovery. Daarna ga je terug naar je kamer op de verpleegafdeling urologie.
- Als dat nodig is, blijf je een nacht op de recovery of op de afdeling Intensieve zorg.
- De eerste dag na de operatie wordt het infuus meestal weggehaald en krijg je pijnstilling in pilvorm.
- Om de kans op een trombose (klontertjes in de bloedvaten) in je benen te verkleinen, is het van belang dat je zo snel mogelijk weer uit bed komt en draag je in het ziekenhuis steunkousen.
- Als je een verhoogd risico hebt op een trombose krijg je ook dagelijks een spuitje in je buik.
- Normaal gezien verlaat je het ziekenhuis 1 tot 2 dagen na de ingreep.
Aanbevelingen en veelvoorkomende klachten kort na de operatie
- Pijnbehandeling is cruciaal in het herstel na de operatie, neem dus de pijnmedicatie zoals voorgeschreven.
- Drinken is belangrijk voor een goede nierwerking, tenzij je arts je een andere richtlijn gaf.
- Zwelling en blauwe plekken ter hoogte van de operatiestreek en de flank zijn normaal en verdwijnen spontaan na enige tijd.
- Tot enkele weken na de operatie kan je bloed in de urine zien. Dat is meestal onschuldig. Neem contact op met je uroloog als je urine heel donkerrood kleurt en je klonters opmerkt of als je plots niet meer kan plassen.
- Je moet de verbanden niet vervangen tenzij ze vuil zijn of loskomen. Als ze waterafstotend zijn, mag je ermee douchen en ze daarna vervangen.
- Als er haakjes gebruikt zijn om de wondjes te sluiten, dan worden die normaal na 10 tot 14 dagen verwijderd. Dat gebeurt meestal op een controleraadpleging bij de uroloog, maar de huisarts of thuisverpleging kan dat ook doen.
- Na de operatie raden we relatieve rust aan. Bouw je inspanningen geleidelijk op en vermijd de eerste 4 tot 6 weken zware inspanningen en tillen.
- Bij een verhoogd risico op een trombose krijg je spuitjes in je buik, bijvoorbeeld als je ouder bent dan 75 jaar, een voorgeschiedenis hebt van een trombose of bij obesitas.
Wanneer contact opnemen?
- Als de wond lekt.
- Als je meer dan 38,5°C koorts hebt.
- Als je aanhoudende of toenemende buikpijn hebt.
- Als je urine heel donkerrood kleurt en je klonters opmerkt.
- Als je plots niet meer kan plassen.
- Als je buik sterk opgezwollen of pijnlijk is.
Opvolging na de ingreep
- 2 weken na de ingreep heb je een controleafspraak bij je uroloog. Die kijkt de wonde en het herstel na. Je uroloog bespreekt dan ook het resultaat van het weefselonderzoek.
- Nadien volgen regelmatige controles met bloedonderzoek (nierfunctie) en beeldvorming (echografie, CT-scan of MRI) om de genezing van de nier op te volgen en te controleren of de ziekte niet terugkomt. De soort nierkanker en het stadium van de ziekte bepalen het ritme van de controles. Het resultaat van het weefselonderzoek bepaalt of een verdere opvolging of, in zeldzame gevallen, een nabehandeling met medicijnen nodig is (bijvoorbeeld doelgerichte therapie of immunotherapie).
Mogelijke gevolgen van een gedeeltelijke nierverwijdering
Doordat een deel van de nier wordt weggenomen en de nier tijdens de ingreep tijdelijk minder doorbloed wordt, kan de nierfunctie lichtjes verminderen. Bij de meeste patiënten met 2 goed werkende nieren heeft dat weinig tot geen merkbaar effect. Als je maar 1 nier hebt of als je nierfunctie voor de operatie al verminderd was, zal de uroloog dit extra nauwlettend opvolgen.
Na elke operatie is er een kans op een nabloeding. Bij een gedeeltelijke nierverwijdering is er een klein extra risico op een nabloeding in de dagen na de ingreep, net op de plaats waar de tumor werd weggenomen. Bij een ernstige nabloeding kan een bijkomende ingreep (soms via de bloedvaten, embolisatie genoemd) nodig zijn.
Heel soms lekt er na de operatie urine op de plaats waar de tumor werd weggenomen. Meestal vangt de drain die urine op en geneest de lekkage vanzelf. Soms plaatst de arts een tijdelijk slangetje in de urineleider (JJ-stent). Zo kan de operatieplek beter en sneller genezen.
Na elke operatie is er een kleine kans dat de wond gaat ontsteken.
Hoeveel kost de ingreep?
Voor de operatie en de opname in het ziekenhuis is er altijd een tussenkomst als je bent aangesloten bij een Belgisch ziekenfonds.
Het deel van de factuur waarvoor je ziekenfonds niet tussenkomt, moet je zelf betalen, tenzij je een aanvullende hospitalisatieverzekering hebt. Verwittig daarom de hospitalisatieverzekering voor de ingreep, zodat je de juiste polisvoorwaarden kent en niet voor verrassingen komt te staan.
Bijzondere omstandigheden
We geven hier algemene informatie en ook extra informatie naast het gesprek met je uroloog. Bijzondere omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat we onze aanpak wat moeten veranderen. Als dat het geval is, zal de uroloog je dat zeker laten weten.