Wat is ioniserende straling?
Ioniserende straling is straling met een hoge energie. Afhankelijk van de hoeveelheid energie kunnen die stralen dwars door het lichaam heen gaan, of juist in het lichaam worden tegengehouden. Van dat principe maken we gebruik.
Een veelgebruikte vorm van ioniserende straling is röntgenstraling. Dat is een soort straling vergelijkbaar met licht maar met een hogere energie. Dankzij die energie kan de straling door het lichaam heen dringen. Met speciale toestellen, zoals röntgenapparaten en CT-scanners, kunnen we ioniserende straling gebruiken om de binnenkant van het lichaam van je kind zichtbaar te maken. Denk daarbij aan organen, botten en andere structuren. De beelden helpen artsen om sneller en nauwkeuriger te zien wat er aan de hand is, bijvoorbeeld bij een botbreuk of ziekte. Zo kunnen we problemen beter opsporen en, indien nodig, behandelen.
Naast röntgenstraling kunnen ook andere vormen van ioniserende straling worden gebruikt, ook wel deeltjesstraling genoemd. Een voorbeeld daarvan is gammastraling, die regelmatig wordt toegepast binnen de Nucleaire geneeskunde om het lichaam in beeld te brengen. Binnen de Radiotherapie wordt, naast röntgenstraling, ook gebruikgemaakt van andere vormen van ioniserende straling zoals elektronen of protonen. Daarbij worden heel gericht bepaalde zones van het lichaam bestraald met hoge energie, om zo kankercellen te vernietigen terwijl het omliggende weefsel zoveel mogelijk gespaard blijft.
Wat zijn de risico’s van ioniserende straling?
De ioniserende straling die we gebruiken tijdens medische onderzoeken geeft een kleine hoeveelheid energie af aan het lichaam. Die energie kan heel lokaal kleine verstoringen veroorzaken in lichaamscellen. Dat klinkt misschien verontrustend, maar ons lichaam is daarop voorzien: het herstelt voortdurend allerlei kleine beschadigingen, die veroorzaakt worden door bijvoorbeeld voeding, zonlicht of luchtvervuiling. De kans dat straling bij medische beeldvorming schadelijke effecten veroorzaakt, is dan ook heel klein.
Kinderen zijn gevoeliger voor de effecten van straling dan volwassenen omdat hun lichaam nog in ontwikkeling is en ze langer leven. De arts van je kind zal daarom eerst de technieken zonder ioniserende stralen in overweging nemen. Dring niet aan op een onderzoek met ioniserende stralen dat de arts niet nodig vindt.
Als de arts toch een onderzoek met ioniserende stralen voorstelt, is het onderzoek niet uitvoeren een groter risico voor de gezondheid van je kind dan het stralingsrisico. We houden de stralingsdosis zo laag mogelijk en nemen eventueel extra voorzorgmaatregelen.
Enkele voorbeelden van vragen die je gerust mag stellen:
- Hoe helpt het onderzoek bij de zorg voor mijn kind?
- Wat zijn de risico’s als dat onderzoek niet wordt uitgevoerd?
Is het gebruik van ioniserende straling veilig?
Als we een onderzoek met ioniserende straling uitvoeren, doen we dat op een zo optimaal mogelijke manier. We gebruiken een zo laag mogelijke stralingsdosis en nemen de nodige beschermende maatregelen. Zo kan het onderzoek met ioniserende straling veilig verlopen en beperken we de mogelijke nadelen tot een minimum. Bij kinderen werken we met aangepaste protocollen, zodat ze enkel de strikt noodzakelijke stralingsdosis krijgen.
Hoe hoog is de stralingsdosis?
De stralingsdosis is afhankelijk van het type onderzoek. De meeste röntgenonderzoeken geven een lage stralingsdosis.
| RX abdomen (buik) | ∆ |
| RX thorax (borstkas) | ∆ |
| RX skelet | ∆ |
| CT hersenen | ∆∆ |
| CT thorax (borstkas) | ∆∆ |
| Nierscan | ∆∆ |
Iedereen wordt voortdurend blootgesteld aan natuurlijke straling uit de omgeving. Zo komt er onder meer straling uit de ruimte of de bodem van de aarde. De effectieve dosis die je kind oploopt bij een röntgenfoto van de borstkas (RX thorax) is ongeveer gelijk aan de hoeveelheid straling op 15 dagen tijd op aarde.
Hoe beperkt ZAS het stralingsrisico bij kinderen?
- De stralingsdosis die onze artsen gebruiken, is heel beperkt.
- De gebruikte dosissen en de toestellen worden streng gecontroleerd en opgevolgd.
- De aanvragende arts vraagt alleen onderzoeken aan waarbij de bekomen informatie een meerwaarde biedt voor de verdere behandeling.
- De arts die het onderzoek uitvoert waakt erover, samen met de aanvragende arts, dat de voordelen van het onderzoek ruim opwegen tegen de mogelijke risico’s.
- ZAS gebruikt de meest recente apparatuur op de markt, die met een minimum aan straling kwalitatief hoogwaardige foto’s maakt.
- De technologen en radiologisch verpleegkundigen van ZAS volgden de nodige wettelijk verplichte vorming om een correcte stralingshygiëne toe te passen.
- Bij Interventionele radiologie kan je kind mogelijk meer stralingsdosis ontvangen. Gezien ook de huid gevoelig is voor straling, kan die gemakkelijker beschadigd geraken ter hoogte van de bestraalde regio. Als dat voorvalt, zal de arts je informeren over verdere verzorging.
Mag een begeleider/familielid mee in de onderzoeksruimte?
- Bij voorkeur gaat er niemand mee in de onderzoeksruimte om onnodige blootstelling aan straling te vermijden.
- Als je aanwezigheid tijdens het onderzoek een meerwaarde biedt, mag je mits overleg je kind begeleiden. De beeldvormer zal je richtlijnen geven over hoe je je tijdens het onderzoek kan beschermen. Ondanks de bescherming zal je nog altijd een kleine dosis straling ontvangen.
- Je aanwezigheid is je eigen keuze.
Is de dosis van röntgenstraling gelimiteerd?
Neen, er staat geen absolute limiet op het aantal beeldvormingsonderzoeken dat je kind mag ondergaan. Wel geldt dat voor elk onderzoek zorgvuldig moet worden afgewogen dat de voordelen van de beelden groter zijn dan de mogelijke risico’s van de straling.
De artsen die het onderzoek uitvoeren volgen strikte richtlijnen om onnodige blootstelling te vermijden en kiezen waar mogelijk voor alternatieve beeldvormingstechnieken.
Je hebt het recht om te weten waarom een arts een bepaald onderzoek wil laten uitvoeren. Aarzel niet om uitleg te vragen bij de arts die het onderzoek voorschrijft.
Is mijn kind radioactief na een CT-scan of röntgenfoto?
Neen. Bij die onderzoeken gebruiken we röntgenstraling die uit het toestel komt en alleen op het moment van het onderzoek aanwezig is. Er blijft geen straling achter in het lichaam van je kind. Het is dus niet radioactief en hoeft geen contact met anderen te vermijden.
Dit in tegenstelling tot sommige onderzoeken bij Nucleaire geneeskunde waarbij je kind een heel kleine hoeveelheid radioactieve stof krijgt toegediend. Deze blijft enkele uren in het lichaam aanwezig. Omdat het om een zeer beperkte hoeveelheid gaat op basis van het gewicht van het kind, zijn geen bijzondere voorzorgen nodig.