In april 2025 werd Amos geboren op ZAS Augustinus, veel vroeger dan verwacht. Hij werd meteen opgenomen op de NICU, de afdeling voor intensieve neonatale zorg. Zijn ouders Margot en Simon kregen een cruciale rol in de zorg voor Amos. Ze leerden zelf sondevoeding geven, verschoonden zijn luier en gaven hem een bad. En op een ochtend, toen ze nog op de materniteit lagen, kregen ze een telefoontje: Amos was onrustig. Of ze konden komen knuffelen?
“We waren er altijd welkom en voelden ons ook zo”, zeggen ze. “We hadden het gevoel dat de verpleegkundigen op de dienst Amos echt kenden. Ze wisten wat zijn specifieke noden waren, maar ook de onze.”
Dat is NIDCAP in de praktijk.
De baby als partner in de zorg
NIDCAP (kort voor ‘Newborn Individualized Developmental Care and Assessment Program’) is een zorgaanpak waarbij de baby zelf de toon zet. Baby's praten niet met woorden, maar ze geven wél signalen: een frons, zich strekken, een verandering in kleur. Dat kunnen tekenen zijn dat de baby ontregeld raakt. Andere signalen tonen dan weer dat de baby zichzelf reguleert. Ze brengen bijvoorbeeld hun handjes naar de mond, zuigen of grijpen zich vast.
NIDCAP focust erop om die signalen te lezen en de zorg erop af te stemmen. Want een baby heeft hulp nodig om zichzelf te reguleren. En bij voorkeur komt die hulp van de ouders.
Bij ZAS wordt NIDCAP toegepast op alle afdelingen waar pasgeborenen verzorgd worden. NIDCAP-verpleegkundige Katleen Van Dommelen werkt al een viertal jaar volgens de NIDCAP-principes op de NICU van ZAS Augustinus. “Bij een volwassen patiënt wandel je ook niet zomaar de kamer binnen zonder te kloppen en dan, zonder aankondiging, de bloeddruk te meten”, zegt ze. “Waarom zou dat voor een baby anders zijn? Ze kunnen zelf niet vertellen wat ze voelen, maar ze geven wel degelijk signalen. Wanneer je daarop begint te letten, verstrek je minder zorg vanuit jezelf en meer vanuit wat elke baby aangeeft.”
Cruciale rol voor ouders
“De baby’s die wij verzorgen, hadden eigenlijk nog in de buik moeten zitten”, zegt Katleen. “Het contact met mama en papa zo dicht mogelijk houden, is cruciaal. Oké, er zijn meer kabels en alarmen, maar ook hier moeten de ouders de eerste zorggevers zijn. Met onze coaching, want zij zijn ook prematuur in het ouderschap terechtgekomen.”
Huid-op-huidcontact is een van de hoekstenen van NIDCAP-zorg. “Een hielprik is bijvoorbeeld een noodzakelijke ingreep waarvan we weten dat die pijn doet. Dat doen we bijna altijd terwijl de baby huidcontact heeft met de ouder. En als een ingreep te veel lijkt te worden, dan stoppen we even. Ook een baby heeft tijd nodig om te bekomen.”
Margot en Simon herkennen die aanpak meteen: “De professionaliteit, de expertise, en tegelijkertijd de warmte van de verpleegkundigen ... dat heeft ons echt geraakt.”