Hartziekten bij vrouwen: waarom we anders moeten leren kijken

Het is de Week van het Hart, met dit jaar de cardiovasculaire gezondheid van de vrouw als centraal thema. We spraken hierover met cardioloog dr. Nathalie Meyten.
Nieuws

Naar aanleiding van de Week van het hart (21 – 27 september) polsten we bij dr. Nathalie Meyten, cardioloog, hoe het nu eigenlijk zit met het hart van de vrouw. Want dit jaar staat de cardiovasculaire gezondheid van de vrouw centraal. 

Jarenlang gingen we ervan uit dat een hart gewoon een hart was. Vandaag weten we dat het genuanceerder ligt. Er zijn verschillen tussen vrouwen en mannen in onder meer de gemiddelde grootte van het hart en vaatfunctie, hormonale invloeden, risicofactoren en de manier waarop sommige hartziekten zich manifesteren.

Toch is veel van onze medische kennis historisch gebaseerd op onderzoek waaraan vooral mannen deelnamen. Dat heeft nog altijd gevolgen voor hoe we hart- en vaatziekten bij vrouwen herkennen en behandelen.

Een man als medische norm

Lichamelijke klachten bij vrouwen werden doorheen de geschiedenis vaker dan bij mannen toegeschreven aan emoties, angst of stress. Ook in de cardiologie is dat niet anders. Als klachten te snel als stress worden geïnterpreteerd, kan een onderliggende hartziekte gemist worden.

In 1991 beschreef de Amerikaanse cardiologe Bernadine Healy daarom het Yentl-syndroom. Ze wees erop dat vrouwen soms pas dezelfde diagnostische aandacht en behandeling kregen wanneer hun ziekte zich presenteerde volgens het klassieke patroon dat vooral bij mannen was onderzocht.

Meer dan dertig jaar later blijft die gedachte relevant.

Een hartinfarct ziet er niet bij iedereen hetzelfde uit

Bij een hartinfarct denken veel mensen aan hevige, drukkende pijn op de borst, soms met uitstraling naar de linkerarm. Ook vrouwen kunnen die typische klachten hebben.

Maar vrouwen rapporteren daarnaast relatief vaker andere klachten, zoals kortademigheid, misselijkheid, uitgesproken vermoeidheid of pijn in de rug, kaak of bovenbuik.

Het probleem is dus niet dat vrouwen een volledig ander hartinfarct krijgen. Wel dat een hartinfarct minder snel herkend wordt wanneer de klachten niet overeenkomen met het klassieke beeld dat artsen generaties lang aangeleerd hebben.

“Het vrouwenhart is de helft van alle harten. Het vrouwenhart is geen kleinere versie van het mannenhart.”

Niet alles is het hart, maar ook niet alles is stress

De diagnose is niet altijd eenvoudig. Angst, paniek en chronische stress kunnen lichamelijke klachten veroorzaken, zoals hartkloppingen, druk op de borst, kortademigheid en duizeligheid.  

Voor een arts ontstaat daardoor soms een moeilijke diagnostische puzzel. Is er sprake van een cardiovasculaire aandoening? Speelt angst of stress een rol? Of zijn beide aanwezig?

Het ene sluit het andere namelijk niet uit. Iemand met angst- of stressklachten kan ook een ritmestoornis, coronair lijden of hartfalen hebben. Bovendien kunnen langdurige stress en cardiovasculaire gezondheid elkaar beïnvloeden.

Een opvallend voorbeeld van die wederzijds beïnvloeding is het takotsubo-syndroom, ook wel stresscardiomyopathie genoemd. Deze aandoening komt vooral voor bij vrouwen na de menopauze en kan ontstaan na hevige emotionele of lichamelijke stress. De klachten kunnen sterk lijken op die van een acuut hartinfarct en de hartfunctie kan tijdelijk ernstig verminderd zijn.

De vraag is daarom niet alleen of klachten psychisch of lichamelijk zijn. Belangrijker is om te onderzoeken wat de klachten veroorzaakt en een mogelijk ernstige cardiovasculaire oorzaak niet over het hoofd te zien.

Een normale coronarografie vertelt niet altijd het hele verhaal

Traditioneel zochten cardiologen bij pijn op de borst vooral naar vernauwingen in de grote kransslagaders. Maar niet iedere vorm van zuurstoftekort in de hartspier wordt veroorzaakt door zo'n vernauwing.

Bij vrouwen zien we relatief vaak aandoeningen waarbij de coronarografie geen belangrijke vernauwingen van de grote kransslagaders vertoont, maar er toch sprake kan zijn van ischemie. Problemen met de kleine bloedvaten van het hart, de zogenaamde coronaire microvasculaire dysfunctie, of spasmen van de kransslagaders kunnen daarbij een rol spelen.

Daarom krijgt ook INOCA – Ischaemia with Non-Obstructive Coronary Arteries – steeds meer aandacht.

Een coronarografie zonder belangrijke vernauwingen betekent dus niet automatisch dat de klachten geen cardiale oorzaak hebben. Misschien ligt hier een van de belangrijkste veranderingen in onze kijk op hartziekten bij vrouwen.

Risico verandert doorheen het leven

Vrouwen hebben gemiddeld een kleiner hart en kleinere bloedvaten. Ook de manier waarop de bloedvaten functioneren en reageren op hormonale en metabole veranderingen verschilt.

Ook het cardiovasculaire risicoprofiel van vrouwen verandert met de leeftijd. Rond de menopauze treden hormonale en metabole veranderingen op die onder meer samenhangen met bloeddruk, cholesterol, lichaamsvet en vaatfunctie.

Hoge bloeddruk verdient daarbij bijzondere aandacht. Het is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten en speelt onder meer een rol bij aandoeningen die relatief vaak bij oudere vrouwen voorkomen, zoals bepaalde vormen van hartfalen en voorkamerfibrillatie.

Daarnaast zijn er risicofactoren die specifiek samenhangen met de gezondheid van vrouwen. Pre-eclampsie en hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap zijn bijvoorbeeld niet alleen belangrijk tijdens de zwangerschap zelf. Ze kunnen ook wijzen op een verhoogd cardiovasculair risico later in het leven. Ook een vroegtijdige menopauze kan relevante informatie zijn.

De cardiovasculaire voorgeschiedenis van een vrouw begint dus niet pas op haar zestigste. Soms liggen belangrijke aanwijzingen tientallen jaren eerder.

Waarom weten we dit pas zo laat?

Vrouwen waren lange tijd ondervertegenwoordigd in cardiovasculaire klinische studies. Daardoor was een groot deel van onze kennis over symptomen, diagnostiek en behandeling aanvankelijk vooral gebaseerd op onderzoek bij mannen.

Dat is de afgelopen decennia veranderd. Maar voldoende vrouwen opnemen in studies is niet genoeg. We moeten ook onderzoeken of ziekten zich anders manifesteren, of diagnostische tests dezelfde betekenis hebben en of behandelingen bij vrouwen en mannen hetzelfde effect en dezelfde bijwerkingen hebben.

Sekse is daarbij geen detail. Het is relevante biologische informatie.

Het mannenhart is niet de norm

Seksespecifieke geneeskunde betekent niet dat vrouwen meer zorg nodig hebben dan mannen. Het betekent dat we rekening houden met verschillen die relevant kunnen zijn voor de gezondheid van iedere individuele patiënt.

Daarvoor zijn niet alleen nieuwe onderzoeken, technologieën of geneesmiddelen nodig. We moeten ook kritisch blijven kijken naar medische denkpatronen die jarenlang als vanzelfsprekend werden beschouwd.

Het mannenhart hoeft niet de norm te zijn waaraan het vrouwenhart wordt afgemeten. Hoe beter we relevante verschillen herkennen en begrijpen, hoe beter we hart- en vaatziekten bij iedereen kunnen opsporen en behandelen.