73% minder baby’s onder de 6 maanden met RSV opgenomen bij ZAS

Het voorbije RSV-seizoen (oktober 2025 - midden maart 2026) werden bij ZAS beduidend minder baby’s met RSV opgenomen. Bij baby’s onder de zes maanden gaat het om 73 procent minder.
Nieuws

 Baby's onder de zes maanden zijn de belangrijkste doelgroep van de antistoffen. Sinds eind 2024 worden antistoffen tegen het virus zo goed als volledig terugbetaald.

In vergelijking met de winter vóór de antistoffen beschikbaar waren (2023-2024) lag het totaal aantal RSV-gerelateerde opnames in ZAS het afgelopen RSV-seizoen 42 procent lager. Op de kraamafdelingen van ZAS kregen bijna negen op de tien baby’s die in het RSV-seizoen werden geboren de antistoffen vlak na de geboorte.

Vaak ziekenhuisopname door RSV

RSV is bij jonge kinderen de belangrijkste oorzaak van infecties van de lagere luchtwegen. Zeker bij kinderen van minder dan een jaar zet het virus zich makkelijker op de longen. Kinderen jonger dan twee jaar ontwikkelen bij een RSV-besmetting vaak een longinfectie, waardoor ze in het ziekenhuis moeten opgenomen worden. ​ ​

Kinderinfectioloog prof. dr. Daan Van Brusselen (ZAS en UAntwerpen) is verantwoordelijk voor de RSV-immunisatie bij ZAS: ​

“In België treden RSV-infecties op als een seizoensgebonden epidemie tussen begin oktober en maart. Klassiek valt de piek midden december. Het voorbije ​ RSV-seizoen was de tweede keer dat baby’s de beschermende antistoffen konden krijgen. De eerste keer was het seizoen 2024-2025. Na de toediening is de baby minstens zes maanden beschermd. Recente data uit Spanje doen vermoeden dat de antistoffen langer werken en dat kinderen ook in hun tweede seizoen nog beschermd zijn tegen RSV.”
“Het is fijn dat de antistoffen – net als vorig jaar – ​ goed hebben gewerkt. De voorbije maanden lag het aantal opnames van baby’s jonger dan zes maanden met RSV maar liefst 73 procent lager dan in de periode vóór de antistoffen beschikbaar waren. Het gaat om 93 baby’s tegenover 345 baby’s twee jaar geleden. Deze daling is heel gelijkaardig aan de 101 opgenomen baby’s vorig jaar: de trend zet zich dus door.” ​ ​

Ademruimte voor kinderafdelingen

Prof. Van Brusselen:

“Vroeger werd op het hoogtepunt van het RSV-seizoen meer dan de helft van de bedden op onze kinderafdelingen ingenomen door kinderen met RSV. Dat was de voorbije maanden niet het geval. Het geeft onze kinderafdelingen letterlijk wat ademruimte in de drukste periode van het jaar. Daarnaast wordt voor heel wat ouders een stresserende ziekenhuisopname vermeden.”

Meer dan 5.000 RSV-prikken bij ZAS

Het aandeel pasgeborenen dat meteen na de bevalling een inspuiting kreeg en het aandeel dat een inhaalprik kreeg (voor degenen die buiten het RSV-seizoen werden geboren), is erg vergelijkbaar met vorig jaar. Een kleine helft haalde een inhaalprik. Bijna negen op de tien moeders wilden de inspuiting op de kraamafdeling. ​

Prof. Van Brusselen: ​

“De antistoffen zijn erg goed aanvaard bij jonge ouders op de kraamafdeling. Voor de inhaalprikken blijkt het iets moeilijker om de mensen te motiveren. Mogelijk komt dit doordat mensen niet goed op de hoogte zijn of de prik gewoonweg vergeten. Onze cijfers komen van de kinderartsen van ZAS. We vermoeden dat behoorlijk wat ouders naar de huisarts zijn gegaan voor de inhaalprik, waardoor er dus in totaal meer kinderen beschermd zijn.” ​
In ZAS werden vorig jaar meer dan vijfduizend RSV-prikken gezet. Dat is het hoogste aantal van Vlaanderen. Een op de zeven kinderen in Vlaanderen wordt in ZAS geboren.

Over RSV ​ ​

RSV (of respiratoir syncytieel virus) is de meestvoorkomende oorzaak van luchtweginfecties bij zuigelingen en kleine kinderen. Bijna alle kinderen hebben de infectie al gekregen voor ze twee jaar zijn. De meeste kinderen maken een eerste RSV-infectie door tijdens hun eerste levensjaar. ​

Wereldwijd is RSV de meest frequente oorzaak van ziekenhuisopname bij kinderen. Bij zuigelingen jonger dan twee jaar, ouderen en personen die een longaandoening, een cardiovasculaire aandoening of verminderde immuniteit hebben, kan een RSV-infectie verergeren tot een longontsteking.

RSV-prik: na de geboorte of vaccinatie tijdens de zwangerschap?

Ook de vaccinatie van de moeder tegen RSV is terugbetaald sinds vorig jaar.

“Je moet echter kiezen”, zegt professor Van Brusselen. “Ofwel neem je de vaccinatie tijdens de zwangerschap en dan bescherm je je baby via antistoffen die je doorgeeft via de navelstreng. Ofwel laat je de RSV-prik vlak na de geboorte bij je baby zetten. Slechts één van beide wordt terugbetaald. Zowel het vaccin als de RSV-prik zijn volgens de Hoge Gezondheidsraad veilige en efficiënte manieren om je baby te beschermen.”
Onderzoek naar welke RSV-preventiemethode ouders verkiezen
“Mensen hebben vaak vragen over nieuwe vaccinaties of antistoffen. Dat is begrijpelijk, want ze willen het beste voor hun kind”, zegt Prof. Van Brusselen. In een doctoraatsonderzoek aan UAntwerpen en ZAS brengt dr. Toon Janssen in kaart hoe ouders kijken naar de nieuwe RSV-preventiestrategieën, namelijk Beyfortus® (antistoffen voor de pasgeboren baby tegen RSV) en Abrysvo® (vaccinatie van de zwangere vrouw tegen RSV). ​

Prof. Van Brusselen: ​

“We roepen ouders van baby’s die geboren werden tussen 18 februari 2025 en 15 maart 2026 op om via deze link een korte vragenlijst in te vullen over waarom zij al dan niet kozen voor de RSV-antistoffen of de vaccinatie tijdens de zwangerschap. Met de informatie die we uit dit onderzoek zullen halen, hopen we toekomstige ouders die voor de keuze staan om hun pasgeborene te beschermen tegen RSV nog beter te kunnen informeren.”