Als je prostaatkanker hebt, word je opgevolgd en begeleid door het gespecialiseerde multidisciplinair team van de Kliniek voor urologische tumoren.
Stadium prostaatkanker
De TNM-classificatie omschrijft de stadia van prostaatkanker.
- T staat voor tumorgrootte en geeft informatie over de grootte en uitgebreidheid van de tumor.
T1: de tumor is niet te voelen met de vinger (via rectaal toucher), noch te zien bij echografie
T2: de tumor zit alleen in de prostaat
T3: de tumor groeit door het prostaatkapsel
T4: de tumor groeit door in of is vergroeid met de omgeving van de prostaat - N staat voor het Engelse node en geeft aan of de lymfeklieren rond de prostaat aangetast zijn.
N0: geen uitzaaiingen in de nabijgelegen lymfeklieren
N1: wel uitzaaiingen in de nabijgelegen lymfeklieren - M staat voor metastasen (uitzaaiingen) en geeft aan of er weefsels of organen op afstand aangetast zijn.
M0: geen uitzaaiingen op afstand
M1: wel uitzaaiingen op afstand
Gleason-score en ISUP-gradering
Met de Gleason-score en ISUP-gradering duidt je uroloog de agressiviteit van de kankercellen aan.
Bij een prostaatbiopsie neemt je uroloog met een holle naald stukjes weefsel uit je prostaat om te laten onderzoeken onder de microscoop. Als er kankercellen gevonden worden, bekijkt de patholoog hoe die cellen eruitzien en geeft die een score van 1 tot 5. Hoe lager de score, hoe minder agressief de tumorcel is.
De Gleason-score is samengesteld uit 2 graderingscijfers. Dat zijn de 2 scores die het meest zijn waargenomen. Als bijvoorbeeld 60 %van de cellen graad 3 is en 40 % graad 4, dan is de Gleason-score 3+4.
Om het allemaal duidelijker te maken, wordt tegenwoordig de ISUP-gradering gebruikt. De Gleason-scores worden hierbij ingedeeld in ISUP-graad 1 tot 5. Een hogere ISUP-graad (3-5) wijst op een agressievere vorm van kanker dan de lagere groepen (1-2).
| Gleason-score | ISUP-graad |
| 2 - 6 | 1 |
| 7 (3+4) | 2 |
| 7 (4+3) | 3 |
| 8 (4+4 of 3+5 of 5+3) | 4 |
| 9 - 10 | 5 |
Risico-inschatting
Het TNM-stadium, de Gleason/ISUP-graad van je tumor en je PSA-waarde bepalen in welk risiconiveau je tumor valt: laag, intermediair of hoog risico. Dat bepaalt welke behandeling de voorkeur heeft.
Bij prostaatkanker met een laag risico wordt er bijvoorbeeld meestal gekozen worden voor actieve opvolging in plaats van meteen te behandelen. Dat betekent dat de arts aan de hand van regelmatige controles opvolgt hoe de ziekte zich verder ontwikkelt en of een operatie of een andere behandeling op een bepaald moment toch aangewezen is.
Bij prostaatkanker met een hoog risico wijzen bepaalde kenmerken op een grotere kans op agressieve ziekte en een snellere progressie, zoals een hoge Gleason-score (meestal 8 of hoger), een hoge PSA-waarde en/of een gevorderd stadium.
PSA?
PSA staat voor ‘prostaatspecifiek antigen’. Het is een stof die door de prostaat geproduceerd wordt en in het bloed opgespoord kan worden. De stof kan iets vertellen over het verloop van je prostaatkanker: of je behandeling aanslaat en of de kanker na de behandeling wegblijft of terugkeert. Na een succesvolle kijkoperatie zal je PSA-waarde normaal gezien gedaald zijn. Als langere tijd na je behandeling je PSA-waarde weer begint te stijgen, kan dat een aanwijzing zijn dat de kanker teruggekeerd is.
De PSA-waarde is niet specifiek voor kanker, dat wil zeggen dat de waarde ook kan stijgen bij prostaatontsteking of goedaardige prostaatvergroting. Een stijging wil dus niet automatisch zeggen dat er een probleem is.