Redenen voor een liesbreukoperatie
Symptomatische liesbreuk
Een liesbreuk kan pijn doen, een stekend gevoel geven of branderig aanvoelen. Toch heeft niet iedereen pijn. Je kan bijvoorbeeld ook het gevoel hebben dat er in je lies iets ‘in de weg zit’. Dat kan een zeurend gevoel veroorzaken: het doet geen pijn, maar je hebt er wel last van. Ook pijn zonder dat er een bult te zien is, is mogelijk. Vooral bij vrouwen komt dat voor.
Beklemde liesbreuk
Soms kan een stukje darm of vet vastzitten in de zwakke plek in je lies. Dat stukje kan dan niet meer terug naar binnen. In sommige gevallen kan je darm zelfs helemaal dichtzitten. Een liesbreuk waarbij er iets vastzit, noemen we een beklemde liesbreuk. Een beklemde liesbreuk doet veel pijn. Je hebt dan meestal direct een operatie nodig.
Verloop van een liesbreukoperatie
Als voorbereiding op de operatie vul je een medische vragenlijst in op mijn.zas.be. Afhankelijk van je leeftijd en gezondheidstoestand voorzien we extra onderzoeken en/of een afspraak bij de anesthesist.
Op de dag van de operatie word je nuchter opgenomen. Je mag dus vanaf middernacht niet meer eten, drinken of roken.
De operatie gebeurt onder epidurale of volledige verdoving. De chirurg plaatst een prothese of mesh (een matje van kunststof) over de zwakke plek in de buikwand om die te verstevigen. Het lichaamsweefsel groeit langzaam in de prothese of mesh, waardoor de kans op de terugkeer van de liesbreuk vermindert.
Meestal kan de liesbreuk hersteld worden via een kijkoperatie, met enkele kleine sneetjes en een camera. Soms gebeurt dat ook via de robot. Hierdoor verloopt het herstel na de operatie sneller en minder pijnlijk. In sommige gevallen is een kijkoperatie niet mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de liesbreuk erg groot is. Dan is een klassieke open ingreep nodig.
Mogelijke nevenwerkingen of complicaties
Nabloeding
Na de ingreep kan een bloeding ontstaan rond de operatiestreek of de wondjes. Bij beperkt bloedverlies is er meestal geen verdere behandeling nodig. Ernstig bloedverlies is zeldzaam, maar kan leiden tot een nieuwe operatie.
Infectie
Na de operatie kan een wondinfectie optreden, meestal rond het wondje aan de navel. Voelt het litteken rood, warm, pijnlijk of gezwollen? Dan heb je waarschijnlijk een infectie en kom je best langs voor een vervroegde wondcontrole.
Pijn
Na een liesbreukoperatie kunnen de zenuwen in je liesstreek beschadigd worden, gekneld raken in de hechtingen of vastgroeien in het littekenweefsel. Dat kan leiden tot pijn die niet overgaat. De pijn is brandend, stekend of schietend en kan uitstralen naar je bovenbeen, schaamstreek of teelballen.
Soms is de huid rond het litteken overgevoelig of net heel dof. De klachten kunnen verergeren bij beweging, hoesten of aanraking.
Een beperkt aantal patiënten ervaart langdurige zenuwpijn na een liesbreukoperatie. Duurt de pijn langer dan drie maanden en beïnvloedt het je dagelijkse leven? Dan is het belangrijk om dat met een arts te bespreken, zodat die een behandelplan kan opstellen. De chirurg zal je tijdens de consultatie verder informeren over mogelijke ongemakken en bijwerkingen na de liesbreukoperatie.
Verloop van de ziekenhuisopname
De duur van de ziekenhuisopname hangt af van je leeftijd en algemene gezondheidstoestand. Vaak vindt deze operatie plaats in het dagziekenhuis.
Na de ziekenhuisopname
De arts hecht je huid na de operatie met draadjes die spontaan oplossen en dus niet verwijderd moeten worden. De wonden worden bedekt met een waterafstotende pleister waarmee je kan douchen.
Het is normaal dat je tot twee weken na de operatie pijn hebt rond de wonde en in de lies. Je arts schrijft pijnstillers voor waarmee de pijn stilaan wegtrekt.
Na een kijkoperatie is schouderpijn ook mogelijk door achtergebleven lucht onder het middenrif. De pijn verdwijnt vanzelf na enkele dagen en is geen reden tot ongerustheid.
Je hoeft na de operatie geen speciaal dieet te volgen.
Beweeg voldoende zodra de pijnklachten dit toelaten en ga daarbij nooit over je eigen pijngrens. Vermijd daarbij zware inspanningen in de eerste 2 tot 4 weken.
Vragen?
Stel ze gerust aan je behandelende arts of een van onze verpleegkundigen.