Op deze pagina
- Hoe wordt epidurale pijnstilling opgestart?
- Wie bedient de epidurale pijnpomp?
- Hoe moet je kind de bolusknop gebruiken?
- Is een epidurale pijnpomp veilig?
- Hoe meten we pijn?
- Hoe goed kan je kind nog bewegen?
- Hoelang blijven de epidurale katheter en pijnpomp zitten?
- Geeft een epidurale pijnpomp bijwerkingen?
- Lees ook
Hoe wordt epidurale pijnstilling opgestart?
Eerst plaatst de anesthesist (slaapdokter) een dun slangetje (katheter) in de rug van je kind. We noemen dat het ‘prikken van de epidurale’. Bij grotere kinderen gebeurt dat zoveel mogelijk terwijl ze wakker zijn. Kleinere kinderen worden eerst in slaap gedaan.
De katheter is zo dun dat je kind er weinig last van zal hebben als het weer wakker is. Op de katheter sluit de anesthesist een pijnpomp aan.
Wie bedient de epidurale pijnpomp?
Via de epidurale pijnpomp krijgt je kind een continue hoeveelheid pijnmedicatie.
Je kind kan zelfstandig en snel beslissen wanneer het extra pijnstilling nodig heeft door op een knop te drukken (de bolusknop). Je kind hoeft zo niet te wachten op een verpleegkundige die soms heel druk bezig is. Door snel te reageren op pijn kan je kind ergere pijn voorkomen.
Als je als ouder merkt dat je kind oncomfortabel is en je kind te jong is om zelf op de knop te drukken, kan je dat in de plaats van je kind doen zonder te moeten wachten op een verpleegkundige.
Ook de verpleegkundigen drukken soms op de bolusknop. Ze doen dat bijvoorbeeld als er wondverzorging of kinesitherapie gepland is (situaties waarin je kind mogelijk meer pijn zal hebben).
Hoe moet je kind de bolusknop gebruiken?
De pomp geeft heel de tijd door pijnmedicatie. Als je kind geen pijn heeft, moet er dus niets gebeuren.
Als je kind pijn voelt opkomen, mag het op de bolusknop duwen: één keer de knop goed induwen en weer loslaten. Je kind wacht best niet tot de pijn hevig is, want dan is het moeilijker om de pijn snel weer te laten verminderen. Als de pijn na een paar minuten nog niet beter is, mag je kind opnieuw drukken. Je kind mag dat herhalen tot de pijn voldoende verminderd is, zonder dat er gevaar is dat je kind te veel pijnstillers krijgt.
Je kind mag de bolusknop ook preventief gebruiken vóór het iets doet dat pijn zal doen, bijvoorbeeld vóór de verzorging of vóór een inspanning (zoals hoesten of kinesitherapie).
Is een epidurale pijnpomp veilig?
Ja! De anesthesist regelt de pomp en houdt daarbij rekening met de leeftijd en het gewicht van je kind en welke operatie er gebeurd is. Ook is er een vaste tijd tussen twee toedieningen. Daardoor is de pomp veilig in gebruik en kan je kind nooit te veel pijnmedicatie krijgen. Je kind kan dus wel te veel duwen, maar niet te veel krijgen.
Hoe meten we pijn?
Een paar keer per dag vragen we aan je kind hoeveel pijn het heeft. We gebruiken een pijnmeetschaal voor kinderen en krijgen zo een pijnscore. Die pijnscores helpen ons om een goed beeld te krijgen van het pijnprobleem. Zo kunnen we ook snel beslissen of je kind meer of minder pijnstilling nodig heeft. Elke dag wordt dat bekeken door de pijnverpleegkundige of de anesthesist.
Hoe goed kan je kind nog bewegen?
Afhankelijk van de plaats van de katheter in de rug kan je kind kracht verliezen in de benen. De arts en verpleegkundige volgen het eventuele krachtverlies zorgvuldig op en zullen uitleggen welke bewegingen onder jouw toezicht of dat van een zorgverlener toegelaten zijn (bijv. rechtop zitten in de zetel of wandelen op de gang).
Hoelang blijven de epidurale katheter en pijnpomp zitten?
De epidurale katheter blijft meestal 1 tot 4 dagen in de rug zitten. We kijken altijd eerst naar de pijn van je kind. Als die goed onder controle is en de anesthesist oordeelt dat je kind zonder epidurale pijnstilling verder kan, wordt de pijnpomp stopgezet en haalt de verpleegkundige de katheter weg. Dat doet geen pijn. De zaalarts of anesthesist zorgt ervoor dat je kind vanaf dan een andere soort pijnstiller krijgt.
Geeft een epidurale pijnpomp bijwerkingen?
Meestal geeft een epidurale verdoving uitstekende pijnstilling en weinig bijwerkingen. Als er bijwerkingen zijn, gaat het over duizeligheid, lagere bloeddruk, zweten, droge mond, een volle blaas (moeilijk urineren), jeuk en misselijkheid.
Pijnteam voor kinderen
Zowel kinderen en hun ouders als verpleegkundigen kunnen bij het pijnteam voor kinderen terecht met hun vragen over pijn en de behandeling ervan. Door pijn bespreekbaar te maken, streven we naar een ‘pijnvrij’ ziekenhuis.